Overbeviste schoonzwemmer

Nog één keer het Ghanese strand. Daar wordt geleefd, en er vallen doden! Geelsnavelwouwen wieken de vijftien kilometer strand tussen de twee lagunes heen en weer. Kwijnende vis of een kreupele vogel is binnen de kortste keren verdwenen. Dode vis of bijvangst die de vissers achterlaten, trekt donkergrijze, bijna zwarte rifreigers aan. Ze hangen in een kring rond tot de vissers weg zijn. Een dappere grist vast iets weg tussen de vissers door.

Tropische stranden zijn vak vergeven van de gaten. Dat zijn krabbenholen. Is het niet te druk en niet te koel, dan steken de krabben hun ogen op stokjes uit hun loopgraaf en gluren ze rond. Een klokhuis, mangoschil, cocosscherf of vissenstaart wordt in één razendsnelle sprint opgehaald.

In Ghana zien we geen krabbenholen en komen we maar één krab tegen. Dat is dan ook wel meteen een tropische verrassing. Marineblauw is hij en wel twintig centimeter breed. Hij heeft een gekarteld rugschild dat aan de zijkanten uitloopt in een punt. Het achterste van zijn vijf paar poten is plat en breed als zwemvliezen. Het is dus een zwemkrab, en wel de blauwe zwemkrab, een Atlantische soort die soms in Nederland gevonden wordt, maar vooral bekend is van de Amerikaanse oostkust.

Daar komt hij voor tussen Canada en Uruguay, vooral in brak water-lagunes en riviermondingen. Het is een geliefde krab, vanwege zijn kleur, maar vooral vanwege zijn smaak. Zijn wetenschappelijke naam luidt ’smakelijke schoonzwemmer’: Callinectes sapidus. Het blauwe zwemkrabbenvlees is zo geliefd dat de soort in sommige zeeën is uitgeroeid. Ook deze gaat de pan in. De voorste grijp- en knijparmen zijn geducht. Een visser heeft ze afgeknipt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *