Groenland 1 – Muggen

Mug

Een van de vele muggen, Zackenberg, Groenland

Drieteenstrandlopers broeden op de toendra. Daar is het ’s zomers dag en nacht licht. Altijd is er voedsel – muggen! Die wolken op uit de korte toendravegetatie. Als we bezweet van de klim over een zompige berghelling bij een strandlopergezin belanden, trek ik mijn trui uit.

‘Tjee’, hoor ik Jeroen zeggen, ‘je t-shirt zit vol bloedvlekken van geplette muggen. Het lijkt de bolletjestrui van de Tour de France wel. Nou, die heb je ook verdiend omdat je zo snel boven was!’

We bespieden de strandlopers. Muggen. De pet met muggennet is benauwd en belemmert het uitzicht. Grijze vlekjes kruipen voor mijn ogen. Voor elk oog verdringen zich er vier op het netje. Toen de eerste Groenlandse mug me stak, zwelde een bult op als een kers. Eén krabje en het bloed biggelde eruit. Het hield niet op.

Ze zijn wat zwarter dan onze muggen, maar verder lijken ze er sprekend op. Toch leiden ze een ander leven. Negen, tien maanden als eitje in de bevroren grond en twee, drie maanden vogels en zoogdieren sarren. Niet alleen ’s nachts of in donker moerasbos, zoals bij ons. Want nacht is het nooit en bos is er niet. Juist in de volle zon zijn ze op hun best. Of slechtst, vanuit onze optiek.

Deze muggen zoeken niet, zoals bij ons, op hun gemak een plekje huid om te prikken. Ze vliegen doelgericht aan en boren zich in je huid, terwijl hun poten in een trosje naar buiten bungelen. Dat moet een manier zijn om in dierenvacht door te


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *