Maandelijks archief: februari 2010

Ghana – Strijd op het strand

wesp en mierOp het Ghanese strand vinden Jeroen en ik een koffervis, achtergelaten door de vissers die bezig zijn een honderden meters lang net het strand op te sjorren. De oogst van een dag werk door twintig kerels: een half wasteiltje vis.

Soms vangen ze een zeeslang. Die snijden ze de strot door en laten ze kronkelen op het strand. Er spoelen fraaie schelpen aan en fleurige vlinders. Die liggen dood of half dood in het zand. Eén laat zich op mijn hand drogen en fladdert naar de kokospalmen. Een enorme wesp vecht op leven en dood met een mier. De mier is te klein voor de wespenangel. We wachten de uitslag niet af, maar gokken op David.

Kapgieren pikken lekkernijen uit poep. De poep wordt op het strand gedeponeerd door mensen uit de vissersdorpjes achter de palmen. De springvloed zal de drollen wegspoelen, maar ondertussen stinkt het verschrikkelijk. Behalve met poep ligt het bezaaid met plastic zakjes, waarin drinkwater heeft gezeten.

Op enige afstand van de dorpen verzamelen zich de drieteenstrandlopers waarvoor we hier zijn. Ze delen een rustplaats met regenwulpen en koningssterns.

In Nederland zijn drieteenstrandlopers ’s winters vrijwel steeds aan het dribbelen en eten. Ze moeten hun buikje rond vreten om op temperatuur te blijven. In de tropenwarmte is dat niet zo’n punt – ze eten soms even en steken dan weer urenlang hun kop in de veren. Al duttend kraken ze de schelpjes en poepen ze de scherfjes uit. In de hete middag zoeken de vogels zelfs afkoeling, door plat op hun buik in het zand te liggen. Dat zie je ze in Nederland nooit doen.

(meer foto’s: zie fotoalbum ‘Ghana’)

Drieteenstrandlopers in Ghana

Als Jeroen Reneerkens en ik op het palmenstrand van Ghana naar drieteenstrandlopers zoeken, monsteren we langs tien kilometer waterlijn om de zoveel meter de bodem, om er jonge zaagjes te tellen. Jonge zaagjes zijn namelijk de winterse pot van drieteenstrandlopers in Ghana. Af en toe zit er een lange, dunne, vuurrode worm tussen de zaagjes en twee keer een tropische zoutwatervariant van ons bootsmannetje.

Zaagjes vinden we bij duizenden, uitsluitend jonge. Worden ze pas in de zomer volwassen? Sterven volwassen zaagjes voor de winter? Waar de golven het strand overspoelen, leven de zaagjes. Daar draven honderden strandlopers als één groot organisme met de branding mee. Rolt een golf terug, dan hollen de strandlopers er zaagjes pikkend vlak achteraan, tot griezelig dicht onder de volgende breker. Dan rennen ze gauw strandopwaarts, vlak voor de schuimkop uit. Het lijkt een heikele onderneming. Ik mag graag zwemmen in de hoogste golven die na een zomerstorm op het Nederlandse strand beuken. Maar die breken geleidelijk op de flauw hellende bodem. In Ghana rollen enorme golven ongehinderd op de steile strandwal af, waar ze in één keer branden.

De eerste keer dat ik daar zwom, werd ik tientallen meters meegesleurd, schaafde ik mijn rug open aan die dekselse zaagjes en kwam ik half verzopen boven. Onderweg bleek mijn zwembroek te zijn verdwenen, wat bij het druipend terugwaden op de lachspieren van vissers werkte. Maar drieteenstrandlopers laten zich niet door de branding grijpen. Ze zijn zoals altijd sneller en alerter dan wij. Soms vliegt de hele groep er ineens vandoor, schijnbaar zonder aanleiding. Twee minuten later ontdekken wij eindelijk een naderend stipje aan de hemel: slechtvalk.

Lezing 28 februari

Film en sterke verhalen

Op zondagmiddag 28 februari kunt u in de openbare bibliotheek aan de Oude Boteringestraat in hartje Groningen (kaart) een korte film zien over drieteenstrandlopers en sterke geïllustreerde verhalen horen over die dappere vogels, van Jeroen Reneerkens en mij over natuur, afzien aan en reizen naar de noordpool en de evenaar, op de toendra en in de woestijn.

Tijd: 14.00 – 15.10 uur
Kosten: €.3,-

Mijn boek ‘Een Groenlander in Afrika’ is er na afloop te koop, desgewenst met gratis signatuur.

Donsballetje duikt op in Noordwijk

Afgelopen zomer struinen Jeroen en ik over een stenige helling de Aucellaberg op. We zoeken drieteenstrandlopers. In juli werken de kuikens zich uit hun eieren – een hele bevalling. Het begint met een barstje. Als je dan zachte piepgeluidjes maakt, piept de ongeborene vanuit het ei terug. Vader of moeder zit naast je of klimt op schoot. Dan kan het nog wel een etmaal duren voor ze eruit zijn.

We verstoren ze zo weinig mogelijk, maar Jeroen moet de kuikens wegen, meten, ringen en een bloeddruppeltje afnemen voor DNA. Daarmee kan hij de verwantschap in kaart brengen. Waar dat goed voor is, staat in mijn boek dat vandaag na drie jaar onderzoek verschijnt. Als die kuikens eindelijk uitgekomen zijn, gaat het snel. Binnen een dag stappen ze rond: gespikkelde donsballetjes op hoge pootjes met elk drie tenen.

We zien een drieteenvader op de uitkijk staan, zijn rossige hals vurig in de lage poolzon. Hij kwettert waarschuwingen. Na een tijdje zien we door de kijker vier kuikens lopen. Die vangen we voor de wetenschap. Een korte sprint. De kuikens rennen snel, maar verkiezen toch de camouflage als ontsnappingsstrategie. Het kuiken dat ik probeer te pakken, drukt zich plat tegen de grond en houdt zich roerloos. Tussen de toendraplantjes zou je hem niet zien, maar deze drukt zich op een stukje sneeuw. Hij laat zich oppakken en krijgt de vrijheid weer met gekleurde ringen van licht gewicht plastic: een groen vlaggetje en de unieke kleurcombinatie groen-geel-geel-groen.

Gekleurringde drietenen worden ’s winters teruggezien van Denemarken tot Zuid-Afrika. Maar onze groengele vriend dribbelt over het strand bij Noordwijk. Laten we daar nou vandaag het boek presenteren!