Categorie archief: In de media

artikelen, recensies e.d. in (online) media

Supersnelle Drieteen, langeafstandstrekker en snelheidsduivel

Artikel van Jeroen Reneerkens, Rijksuniversiteit Groningen (NL)
in tijdschrift Mens & Vogel, jan. 2011

Iedere strandwandelaar heeft wel eens Drieteenstrandlopers gezien. Ook in België en  Nederland zijn de kleine witte vogels, die heen en weer voor de golven uit dribbelen, een veelvoorkomend gezicht. Ze laten zich vrij gemakkelijk benaderen en rennen soms een  tijdje met je mee. Van de nazomer tot de lente zijn ze vrijwel op ieder zandstrand of elke  stenige kust ter wereld te zien. Begin juni trekken nog aanzienlijke aantallen door Europa  richting broedgebieden in hoog Arctische poolstreken. Halverwege juli verschijnen de  eerste vogels (nog in broedkleed) alweer langs de Europese kusten, waarschijnlijk als  gevolg van een eierenetende poolvos die een abrupt einde maakte aan de broedpoging.

Lees het volledige artikel
(pdf, 2MB, opent in nieuw venster)

Column De Drieteenstrandloper

In november is het strand leeg. Of nou ja, bijna leeg. in de verte loopt een wandelaar. Hij gooit iets weg,wat door een hond geapporteerd wordt. En er zijn vogels. Vijftien, twintig drieteenstrandlopers staan op een kluit. Het is vloed, de vogels wachten tot de zee zich terugtrekt en ze op het vochtige, droogvallende zand wormen kunnen vangen. Het waait straf en kil uit het oosten. Ze kleumen achter een hoopje zeewier. Elk op één poot, op drie tenen dus. Met hun kop in de veren zijn ze net iets hoger dan hun plantaardige windscherm. Ik begluur ze van veilige afstand door de telescoop. Twee drietenen dreigen buiten de boot te vallen. Ze staan naast de rest en vangen de wind. Dat wil zeggen: één van beide vangt de wind. Die hipt op één poot opzij, de luwte in, waarbij hij zijn kop niet uit de veren haalt. Van zijn sprongetje schrikt de ander, die iets naar buiten hipt en nu in de wind staat. Die hipt vervolgens terug, waarvan de ander schrikt. Zo lossen ze elkaar een tijdje af. Tot één zich erbij neerlegt, al blijft hij staan. Hij draait een kwart slag, waardoor hij zijwind vangt. Mij lijkt dat onvoordelig, maar ik weet niet wat er in het drieteenkoppie omgaat. De wind waait zijn veertjes uit model, ze staan als een punkkapsel overeind. Hij leunt zijwaarts tegen de wind, zijn ene pootje staat bijna diagonaal, zo scheef. Zijn andere pootje houdt hij zo hoog opgetrokken, dat er niets van te zien is. Plotseling schiet hij langs de groep naar voren. Naast het zeewier heeft hij iets ontdekt. Hij trekt, hij sjort, er komt een worm tevoorschijn. Het is een lange, dunne worm. De drieteen houdt hem strak gespannen, maar trekt niet zo hard dat de worm breekt. Hij heft zijn kop steeds hoger, tot hij niet meer verder kan. Met geheven hoofd maakt hij een achterwaarts sprongetje, waarbij de worm los schiet. Plotseling vliegt de rest van de groep er in één beweging vandoor. De wormenvanger volgt. Een driehoekje zand naast het zeewier blijft achter, vol pootafdrukjes. Pootafdrukjes van drie tenen. De worm kronkelt lang en dun. Waarom zouden ze nou zijn weggevlogen? Een slechtvalk? Net als ik omhoog wil turen, hoor ik gehijg naderen. Ik kijk om. Er komt een hond aanrennen. Hij legt een tennisbal voor me neer, kijkt me hoopvol aan en blaft.

Koos Dijksterhuis, Gesproken column op Vara’s Vroege Vogels radio 1

In de media: links

Mocht u iets zijn tegengekomen wat dit betreft, laat het weten, bv. door een reactie hieronder of via het contactformulier!

Recensie vogeltijdschrift Limosa

Binnenkort in vogeltijdschrift Limosa, door Leo Zwarts

tijdschrift van de Nederlandse Ornithologische Unie : http://nou.natuurinfo.nl/

Een Groenlander in Afrika. De wonderbaarlijke reis van de drieteenstrandloper. Koos Dijksterhuis.ISBN 978 90 351 3424 9. Uitgeverij Bert Bakker. Prijs € 22,50.

Nadat Jeroen Reneerkens zijn promotieonderzoek aan kanoetstrandlopers had afgerond, begon hij in 2007 met een onderzoek aan Drieteenstrandlopers. Om de vogels te kunnen volgen reisde hij ze achterna naar hun Arctische broedgebieden en hun Afrikaanse wintergebieden. Hij ontdekte dat het de ideale vogelsoort is om zowel de trek- als de broedbiologie te bestuderen. Koos Dijksterhuis schreef over Reneerkens’ onderzoek een boek, “Een Groenlander in Afrika”. Drieteentjes zitten elk jaar langer in Afrika dan op Groenland, maar hij kon het boek niet “Een Afrikaan op Groenland” noemen, want een boek met die titel was al geschreven door de Togolees Tété-Michel Kpomassie over zijn belevenissen op Groenland (in 1984 in vertaling verschenen bij Uitgeverij Veen).

Het boek begint op Vlieland in februari 2007 en eindigt in oktober 2009 op Schiermonnikoog. In die tussentijd maakt Dijksterhuis, samen met Reneerkens, in de zomer vier reizen naar Groenland en IJsland, en in de winter twee reizen naar Mauritanië en Ghana. Als je het boek hebt gelezen weet je veel over drieteentjes, hun broedbiologie, hun trekwegen, enz. Je bent zelfs volledig up to date, want de allernieuwste onderzoeksresultaten zijn in het boek verwerkt. Al die informatie wordt op heel makkelijk leesbare wijze gebracht. Ook voor een niet-vogelaar is het een onderhoudend boek vol met grappige en interessante verhalen.

Dijksterhuis heeft een prachtige beschrijving gegeven van veldbiologisch onderzoek. Veldwerk is niet altijd een pretje, vooral als je dag en nacht door muggen wordt belaagd en dat roept vanzelf de vraag op “waarom doen we het allemaal?”. Reneerkens legt uit dat we zonder kennis van de natuur, deze niet goed kunnen beschermen. Die kennis moet dan wel beschikbaar zijn en dus moeten de gegevens worden uitgewerkt en opgeschreven. Maar dat is niet voldoende. De artikelen in de vaktijdschriften moeten ook worden “vertaald” voor een breder publiek. En dat is precies wat Dijksterhuis in deze 364 bladzijden heel knap heeft gedaan. De 30 kleurenfoto’s zijn goed gekozen. Een warm aanbevolen vogelreisboek. – Leo Zwarts

Recensie Leeuwarder Courant 26 feb. 2010

De strandloper achterna

Weinig verschijnselen in de natuur zijn zo fascinerend als de vogeltrek. Het is een fenomeen dat ook schrijvers aantrekt en niet weer loslaat. Het heeft nu weer een boek opgeleverd. Een juweeltje deze keer, over het bijzondere leven van de Drieteenstrandloper: ‘Een Groenlander in Afrika’. Het is natuurjournalist Koos Dijksterhuis, bekend van zijn dagelijkse columns in Trouw, gegund. Daar niet van. Maar het is wel om jaloers op te worden, de gelegenheid die hij kreeg om onderzoeker Jeroen Reneerkens te volgen op zijn zoektocht naar de overlevingsstrategieën van het zo razendsnel trippelende strandvogeltje.

De schrijver begon als hulpje van de onderzoeker bij de vogelvangst op Vlieland, om hem vervolgens achterna te reizen naar Ghana, Mauretanië, IJsland en tot drie keer toe Groenland. Zo gaat dat, met een studie naar een strandloper die zijn overwinteringsgebied in Afrika zoekt en voor het broeden per se naar het noordpoolgebied wil.

Tussendoor wordt de waarde van ‘onze’ Waddenzee nog eens onderstreept als belangrijke tussenstop waar de vogels zich volvreten om de lange tocht te kunnen volbrengen. Het zal de aanwezigheid van dit internationaal vermaarde natuurgebied zijn dat onze biologen drijft tot expedities naar verre, soms barre oorden.

Dan blijkt het wereldje van onderzoekers dat duizenden kilometers aflegt om de vogels te volgen, ook maar klein. Joop Jukema, Theunis Piersma, Petra de Goeij en Lenze Hofstee; het zijn namen uit onze regio die vaak opduiken als het om Waddenzee en steltlopers gaat. Ook Dijksterhuis kwam ze, als vanzelfsprekend, onderweg tegen.

Het verhaal over de Drieteenstrandloper boeit van begin tot eind. Dijksterhuis is een rasverteller die het complexe leven van een vogel in broedtijd dicht bij de mensen brengt, bijvoorbeeld door typetjes op te voeren als Dries, de drieste drieteen. Daarnaast beschrijft hij de moeite die onderzoekers zich moeten getroosten om de voor hun werk noodzakelijke voorzieningen in verre oorden voor elkaar te krijgen. En hoe het is om onder primitieve omstandigheden in een onderzoekstation, vergezeld van akelig stekende muggen, toch het mooie van een expeditie in te zien.

Met het budget dat Reneerkens kreeg voor zijn onderzoek naar het reislustige vogeltje, kon hij drie jaar toe. Dat lijkt heel lang, maar het was voor de wetenschapper niet genoeg om wetenschappelijk verantwoorde antwoorden te geven op de vragen die hij zich vooraf had gesteld.

Dat is het lot van onderzoekers van complexe dingen. Als ze al een antwoord vinden, levert dat weer nieuwe vragen op. En zo blijft er voor schrijvers van natuurboeken altijd stof over voor weer een nieuw bijzonder verhaal.

– HALBE HETTEMA

Koos Dijksterhuis – Een Groenlander in Afrika

Prometheus, Amsterdam; 416 blz., €.29,95

[FOTO UIT BESPROKEN BOEK]

Drieteenstrandloper bebroedt kuikens in Groendland.